Google-moeder Alphabet verraste deze week de markt met een honderdjarige obligatie in Britse ponden. Beleggers waren erg enthousiast: de vraag was maar liefst tien keer zo groot als het aanbod.
Dat is bijzonder. Waarom zou je dit bedrijf voor honderd jaar geld geven? Stel dat al die prachtige groeiverwachtingen uitkomen, dan profiteer je niet met deze lening. En als het misgaat, dan wil je geen honderd jaar wachten tot je je geld weer terugkrijgt. Zo heb je wel de downside, maar niet de upside.
Sommige critici wezen op de dramatische koersontwikkeling van de honderdjarige leningen van Oostenrijk en Argentinië. De Oostenrijkse is gedaald van 140% naar nu 30%. Maar die vergelijking gaat volledig mank. De koers ervan ging zo hard omlaag simpelweg omdat de marktrente in Europa is gestegen. En met zo’n lange looptijd zijn de koersuitslagen groot. Met de kredietkwaliteit van Oostenrijk is niets mis.
En als je geld aan Argentinië leent, weet je dat je een hoog risico loopt. Het land is in de afgelopen honderd jaar al zes keer failliet gegaan. Don’t cry for me Argentina is het lijflied van deze beleggers.
De Google-uitgifte kun je beter vergelijken met andere honderdjarige bedrijfsleningen. Die hebben niet altijd goed uitgepakt. Voorbeelden zijn die van IBM (1996) en Motorola en warenhuis JC Penney, (beide 1997). JC Penney ging in 2020 failliet en kon de lening dus niet afbetalen. Die van de toenmalige sterbedrijven IBM en Motorola bestaan nog steeds. Maar de bedrijven kwamen wel in het bakje vergane glorie.
Nu heeft Google nog een prima kredietkwaliteit. Het bedrijf kan nog $180 mrd aan schuld uitgeven voordat de huidige credit rating in gevaar komt. En die credit rating is hoger dan die van een land als Frankrijk. Al is dat natuurlijk wel een heel makkelijke vergelijking.
Google is overigens niet de enige die geld ophaalt uit de markt. Tien jaar geleden had big tech gezamenlijk nog $320 mrd netto aan cash op de balans staan. Dat is nu opgebrand. Logisch, de grote vier technologiebedrijven investeren in 2026 gezamenlijk een ‘bescheiden’ $660 mrd in AI, ongeveer 2% van de totale Amerikaanse economie.
Dat is goed voor de economie, maar het betekent ook dat big tech enorme hoeveelheden geld uit de markt zuigt. En dat op een moment dat de Amerikaanse overheid dat ook doet. En als iedereen geld vraagt, gaat de prijs van geld, de rente, omhoog.
Als u toch de verleiding niet kunt weerstaan om in deze Google-lening te beleggen, lees dan nog even de recente uitspraken van oprichter Larry Page erop na. Een daarvan is: ‘Ik ga liever failliet dan deze AI-race te missen.’ Wil je aan iemand met zo’n risicohouding je geld voor honderd jaar uitlenen?
Over Corné van Zeijl
Corné van Zeijl is analist en strateeg bij Cardano en belegt ook privé. Reageer via c.zeijl@cardano.com. Deze column kun je ook iedere donderdag lezen in het FD.

Opinie | Bloedbad in software, maar is het nu dood?
03:46

Opinie | Gouden pensioenbergen
03:50

Opinie | Het gaat een keer kapot
04:13