De zorgen over inflatie lijken voorbij. In Nederland daalde zij vorige maand van 3,5% naar 2,9%. Wie had ooit kunnen denken dat we 2,9% als positief zouden ervaren.
In de gehele eurozone zien we hetzelfde beeld. ECB-president Christine Lagarde waarschuwt nog wel voor zogenaamde tweede-orde-effecten, maar niemand die daar nog naar luistert. De markten prijzen de kans op één renteverhoging voor het einde van 2026 in op 80%. Een maand geleden werd nog van ruim twee uitgegaan.
En dan moet het effect van de lagere benzineprijs nog intreden. Bijzonder is dat de olieprijs alweer op het niveau van voor de Iran-oorlog staat, terwijl het aanbod nauwelijks is hersteld. Er varen nu gemiddeld 15 schepen per dag door de Straat van Hormuz. Dat is maar een vijfde van het aantal van voor de oorlog. Maar de financiële markten hebben wel vaker de neiging ontwikkelingen snel in te prijzen.
Alleen is het op het inflatiefront niet allemaal rozengeur en maneschijn. Momenteel is er een enorme chipflatie, een klassieke vraaginflatie. Er wordt dit jaar naar verwachting $752 mrd aan investeringen in AI gepompt. Dan gaat het om datacenters, chips, de aanleg van elektriciteit, enzovoort.
Langzamerhand zien we dat in de reële economie terug. Een van de duidelijkste voorbeelden daarvan is de aangekondigde prijsverhoging door Apple. Een iPad Air gaat van $599 naar $749, een prijsstijging van maar liefst 25%. De hoogste prijsverhoging in het assortiment komt zelfs uit op 66%.
Apple weet altijd wel een reden te vinden om zijn prijzen verder op te schroeven. Toen ik een nieuwe iPhone moest kopen, ging ik kijken met welk model je nog met een vingerafdruk kan inloggen, want ik wil niet met mijn gezicht inloggen. Maar die modellen zijn er niet meer. Apple herintroduceert ze mogelijk in het najaar van 2026 voor een bescheiden €2000.
Ja, ik ben gekke Henkie niet. Ik weet dat Apple mij, de gebruiker, slechts als melkkoe ziet. Maar er zit een grens aan. Dus ben ik overgestapt naar Android. Geen gemakkelijke stap, geef ik toe, maar wel een waar ik met tevredenheid op terugkijk. Bij Android is er meer keuze, dus werken de economische wetten van vraag en aanbod beter.
Intussen staat de Amerikaanse prijsindex voor hardware en software al 15% hoger dan een jaar geleden. En de lonen van werknemers die de datacenters moeten bouwen, zijn met 6,5% gestegen. Het landelijk gemiddelde zit net iets boven de 3%. Het zijn twee mooie voorbeelden van de gevolgen voor de prijs als de vraag toeneemt en het aanbod (nog) niet.
Kevin Warsh, de nieuwe Fed-voorzitter, heeft op lange termijn misschien gelijk met zijn aanname dat AI de efficiëntie verhoogt en dus de inflatie verlaagt. Maar op korte termijn zien we het tegenovergestelde effect.
Toegegeven, het is een beperkt effect. De weging van hardware en software is slechts een miniem percentage van het totale Amerikaanse inflatiemandje. Tenzij u Apple-gebruiker bent natuurlijk. Maar zoals u nu weet, is er een manier om daar onderuit te komen. Geen gemakkelijke, maar gemakkelijke oplossingen voor moeilijke problemen zijn er niet. Zelfs niet in het AI-tijdperk.
Over Corné van Zeijl
Corné van Zeijl is analist en strateeg bij Cardano en belegt ook privé. Reageer via c.zeijl@cardano.com. Deze column kun je ook iedere donderdag lezen in het FD.

Opinie | Europa is nog niet verloren
04:29

Opinie | Extinction Rebellion is slaafje van grootkapitaal
04:26

Box3 TwitterFittie
04:12