De Franse vlag dekt de lading niet

 

De Franse CAC 40-index is dit jaar met 3% gedaald, terwijl de AEX met 19% is gestegen. Dat is een dramatisch verschil. Gezien de politieke chaos in Frankrijk lijkt dat niet meer dan logisch. De Franse overheid moet geld vinden en bedrijven zijn dan de meest voor de hand liggende slachtoffers. Met de verkiezingen in aantocht wil je geen noodzakelijke maar pijnlijke beslissingen nemen die kiezers zouden kunnen raken.

Toch is het niet de belangrijkste verklaring voor het underperformen van de Franse beurs. Het zit hem vooral in de samenstelling van de index. De fabrikanten van luxegoederen zoals LVMH, Kering en Hermès wegen zwaar in de CAC 40 en zijn dit jaar alle drie met ongeveer 40% gedaald. En niet ten onrechte. Ze leunden altijd flink op de Chinese consument.

Maar de economische groei hapert en Chinese consumenten houden de hand op de knip. Bovendien ontmoedigt de Chinese overheid openlijke uitingen van rijkdom, zoals tasjes van Louis Vuitton. Daarnaast zijn klanten in het Midden-Oosten logischerwijs wat terughoudender geworden.

Ook de koersen van Franse autofabrikanten zoals Stellantis en Renault zijn gekelderd. Daar staan nauwelijks groeibriljantjes tegenover. Halfgeleiderfabrikant STMicroelectronics is een van de weinige uitzonderingen, maar vertegenwoordigt slechts 1,5% van de index.

De Franse beurs heeft dus vooral een sectorprobleem. Toch valt er voor Nederland een les uit te trekken. Stel dat chipmachinemaker ASML vandaag opnieuw zou worden opgericht. Hoe groot is dan de kans dat het bedrijf voor Nederland zou kiezen? Niet zo groot, dat zou waarschijnlijk Korea, Taiwan of de Verenigde Staten worden.

De lessen zijn duidelijk. Nederlandse politici let op uw zaak

Wie op lange termijn succesvol wil blijven, moet een goed ondernemersklimaat koesteren. Dat klinkt vanzelfsprekend, maar ook bij ons lijkt de politiek onder druk van het populisme voor de makkelijke weg te kiezen. ‘Haal het geld maar weg bij bedrijven en ondernemers.’ Als we zo doorgaan, eindigen we waar Frankrijk nu is. En dat is geen beste plek.

Beleggers lijken intussen Frankrijk te mijden als de pest. Uit het recentste onderzoek onder fondsmanagers van Bank of America blijkt dat Franse aandelen bijzonder impopulair zijn. Of zoals een belegger tegen mij zei: alle aandelen waar FP achter staat (France Paris, de beursticker van Parijs) worden verkocht. Dat is tegelijkertijd enigszins geruststellend. Als iedereen Frankrijk als grootste risico ziet, is er een goede kans dat die risico’s voldoende zijn ingeprijsd.

Bovendien zegt een Franse beursnotering niet alles over de ‘Fransheid’ van een bedrijf. De top 10-fondsen in de Franse index halen meer dan driekwart van hun omzet uit het buitenland. Tekenend is dat de Franse bank BNP Paribas bij de publicatie van de kwartaalcijfers benadrukte dat slechts 10% van de winst uit Frankrijk komt.

De lessen zijn duidelijk. Nederlandse politici let op uw zaak. Als u de Franse weg volgt, eindigt u waar Frankrijk nu is. Daar wil je niet terechtkomen. En les twee: achter een Franse beursnotering gaan vaak internationale bedrijven schuil die veel minder van Frankrijk afhankelijk zijn dan de naam doet vermoeden.

 

Corne van Zeijl

Iedere week een blik op de financiële markten met Corné van Zeijl. Ook te lezen in het Financieele D… 

Social links

Follow podcast