„Hoe gaat het met je?” Ik krijg een appje van een jongen die ik al dik vier jaar niet heb gesproken. Ooit vastten we samen zeven dagen en ademde ik naast hem tot ik dacht dat ik flauwviel. Daarna verdween hij. Althans, niet helemaal. Soms zag ik hem nog voorbij fietsen, steeds iets zwaarder, steeds iets onverzorgder, steeds somberder. Ik typ: „’T gaat goed. Met jou?”

Op een dag kwam hij thuis van school: ‘Er zit een bruin kindje in mijn klas mama’
02:08

We hadden haar nog nodig. Voor de literatuur. Voor televisie. Voor de lach. Voor dat ene kleine zinnetje
01:52

Het was een beetje alsof hij op Pokémon jaagde
01:55