Ik lig in de stoel van de gynaecoloog. Benen wijd, blik op het plafond. Mijn waardigheid ligt ergens bij mijn onderbroek. Naast de gynaecoloog staat een jongen die óf stagiair is óf coassistent óf ‘iemand die even meekijkt’. ‘Mag hij het even proberen?’ vraagt de gynaecoloog.

'Hij fikste mijn lamp, we dronken thee en het was gezellig, tot we in bed lagen’
02:18

‘De hobby van mijn nieuwe overburen heeft iets heel geruststellends’
02:06

Ik wil lang blijven kijken naar de specht die op een boom inhakt, maar dat mag niet. ‘Niet lummelen’
02:26