„Kijk daar! Een blauwe reiger!” Mijn broertje kijkt me glunderend aan en pakt zijn Canon met een joekel van een telelens. Het is de eerste vogel die we samen officieel spotten. Ik merk op dat we die ochtend nog een blauwe reiger hebben gezien bij mijn vader in de tuin. Hij rolt met zijn ogen. „We beginnen nu pas.”

‘Iemand noemde mijn aura ooit oranje, momenteel voelt mijn aura als een donderwolk’
02:19

Hij woont nog bij zijn ouders. We schrokken van elkaars leeftijd, maar ook weer niet zó erg
02:08

‘Gijs is mijn eerste overrompeling. Noor mijn groeiende tweede’
02:09