Als Artur met een vriendin heeft afgesproken bij treinstation Delft Campus, zien ze een andere man ruzie maken met een vrouw. Hij staat haar uit te schelden. Artur wil ingrijpen, loopt naar hem toe en geeft hem een tik in het gezicht. Daarna wordt hij vervolgd voor een poging tot doodslag.
Op camerabeelden zien de rechters dat Artur meerdere klappen geeft. Als ze dat aan de verdachte vragen, zegt hij dat hij zich maar één klap kan herinneren. Die ene klap, met de platte hand in het gezicht, kan hij zich wel herinneren. Volgens hem was er gevaar en gaf hij daarom een klap.
Na de tik in het gezicht valt slachtoffer Michal van de stationstrap naar beneden. Hij is buiten westen en bloedt flink. Toch gaat Artur niet naar hem toe: „Ik dacht, misschien gaan ze zo wel kennissen bellen, je weet het nooit.”
De officier vervolgt Artur voor doodslag: „Als je iemand van een hoge, stenen trap naar beneden slaat, dan is er een grote kans op de dood. Ik betwijfel of de ernst van de situatie bij de verdachte doordringt.”
Verslaggever Stijn Tielemans volgt de zaak namens AD Haagsche Courant: „Je ziet dat iemand niet altijd opzet in klassieke zin van het woord hoeft te hebben om toch verwijt poging doodslag te krijgen. Puur omdat Michal op een stenen trap stond en dronken was, dan had je moeten weten dat hij achterover zou vallen en behoorlijk hard terecht zou komen op de stenen treden.’’

Willem (79) werd wakker met een pistool tegen zijn hoofd
27:26

Agent maakt fouten in zijn proces-verbaal
24:29

Het Vlaardingse pleegmeisje (deel 2)
33:58