Jaarlijks krijgen in Nederland 3.200 mensen de diagnose hoofd-halskanker. Voor veel van hen is opereren de belangrijkste behandeling, met blijvende gevolgen voor spreken, slikken, eten en uiterlijk. Bestralen kan bovendien maar één keer op dezelfde plek, terwijl juist deze patiëntengroep vaak een tweede of derde tumor krijgt. In Utrecht werken onderzoekers daarom aan een medicijn dat de tumor zelf opzoekt en pas actief wordt als de arts er licht op schijnt.
In deze aflevering van BNR Beter bespreekt Nina van den Dungen de ontwikkeling van fotodynamische therapie met nanobodies. Te gast zijn Remco de Bree, hoogleraar Hoofd-Hals Chirurgische Oncologie en afdelingshoofd bij het UMC Utrecht, en Sebas Pronk, CEO en medeoprichter van biotechbedrijf Lumox.
De Bree legt uit waarom het hoofd-halsgebied zo lastig te behandelen is. Vitale functies liggen dicht op elkaar, chirurgen moeten een veiligheidsmarge aanhouden rond zenuwen en de halsslagader. Hij verwacht dat lichttherapie geen bestaande behandeling overbodig maakt, maar een extra pijler wordt in het arsenaal, in eerste instantie voor grote, oppervlakkige tumoren die van buitenaf belicht kunnen worden.
Pronk beschrijft hoe Lumox twee bestaande technieken combineert. Een nanobody, een mini-antilichaam dat tien keer kleiner is dan een gewoon antilichaam en oorspronkelijk uit lamabloed komt, brengt een lichtgevoelig medicijn naar de tumorcel. Rood licht activeert het middel alleen daar. Omdat het nanobody snel weer uit het lichaam verdwijnt, hoeft een patiënt ongeveer een uur voor en twee tot vier uur na de behandeling uit het licht te blijven, in plaats van dagen. De therapie is getest in muizen en bij kattenpatiënten. Het onderliggende onderzoek loopt al ruim tien jaar in de groep van Sabrina Oliveira aan de Universiteit Utrecht.
Verder gaat het over de financiering en de stap naar de kliniek. KWF Kankerbestrijding investeert ruim 4,5 miljoen euro in de eerste patiëntenstudie, maar Lumox heeft in totaal ongeveer 20 miljoen euro nodig tot en met fase 1. Pronk zoekt aanvullend geld bij investeerders en moet de productie opschalen van milligrammen naar tientallen grammen. Een fase 3-studie kost honderden miljoenen, waarvoor een farmaceut nodig. Ook komt de overstap van onderzoeker naar ondernemer aan bod, en de vraag hoe het Utrechtse medicijn zich verhoudt tot een Japanse concurrent die met gewone antilichamen werkt.
Over de vraag waarom nieuwe kankermedicijnen in Nederland zo laat bij patiënten belanden, is deze eerdere aflevering van BNR Beter terug te luisteren.
Over deze podcast
BNR Beter is het wekelijkse programma van BNR Nieuwsradio over een toekomstbestendige zorgsector. Elke week bespreekt presentator Nina van den Dungen met zorgprofessionals, ondernemers en beleidsmakers hoe de Nederlandse zorg met technologie, innovatie, regelgeving en wetenschap beter kan worden. BNR Beter is elke maandag om 15:30 op de radio te beluisteren bij BNR Nieuwsradio, en vanaf dat moment ook als podcast via deze feed.
Over de makers
Nina van den Dungen (1987) is freelance journalist en als radio- en podcastpresentator al ruim 15 jaar verbonden aan BNR. Zo is ze regelmatig te horen als presentator van de nieuwsprogramma's in de ochtend- en avondspits en daarnaast presenteert ze wekelijks de beleggingspodcast Doorgelicht en BNR Beter over de zorgsector.
Stijn Goossens (1996) is de redacteur van BNR Beter en plaatsvervangend presentator. Bij BNR houdt Stijn zich bezig met onderwerpen over tech, wetenschap en innovatie. Hij presenteerde de podcast Op de zaak en test elke vrijdag een nieuw techproduct in de Ochtendspits op BNR. Hiervoor was Stijn werkzaam voor NTR Wetenschap en techplatform Bright.

Hoe de virtuele verpleegafdeling honderdduizenden ziekenopnames kan voorkomen
33:25

Slimme schoenzool en camera's voorkomen blessures in (top)sport
36:26

Digitaal de grootste dreiging voor de zorg: 'we zullen nooit niet gehackt worden'
33:49