‘Ze belt me vroeg in de ochtend en begint meteen te foeteren. „Jij hebt mijn sleutel, meisje.” Geen hallo. Geen goedemorgen. Alleen puur woede en wantrouwen. Terwijl zij losgaat over onbetrouwbaarheid en respect, voel ik in mijn jaszak. En ja hoor. Daar zit hij. Haar huissleutel. Per ongeluk meegenomen.’

Op een dag kwam hij thuis van school: ‘Er zit een bruin kindje in mijn klas mama’
02:08

We hadden haar nog nodig. Voor de literatuur. Voor televisie. Voor de lach. Voor dat ene kleine zinnetje
01:52

Het was een beetje alsof hij op Pokémon jaagde
01:55