Toen de ouders van Arne uit elkaar gingen, hij was 9, verliep het contact tussen hen moeizaam. Uiteindelijk ging dat zelfs alleen nog via advocaten en Arne voelde zich een postduif en bemiddelaar.
Hoe is het als je tussen de twee kampen van je ouders in staat, op zoek naar een gemeenschappelijke waarheid die er misschien niet is? En hoe laat je die rol van bemiddelaar achter je?

#9: “Ik miste haar niet, maar ik heb wel een moeder gemist.” (Anouk, 27)
31:15

#8: “Als ik me groot hou, word ik niet vergeten.” (Iris, 25)
35:25

#7: “Dan kom je in een leeggeplukt huis dat niet meer als thuis voelt.” (Casper, 26)
34:21