De ouders van Wessel hadden hoge pieken en lage dalen in hun relatie. Ze konden ontzettend lachen met elkaar, maar ook ineens slaande ruzie hebben.
Toen Wessel 14 was, gingen ze uit elkaar. Vooral zijn vader kon in de periode na de scheiding moeilijk zijn verdriet verwerken. Lang kropte Wessel zijn eigen emoties op, tot het er vlak na zijn eindexamen allemaal uitkwam.
In deze aflevering vertelt Wessel over hoe de scheiding zijn puberjaren beïnvloed heeft.

#9: “Ik miste haar niet, maar ik heb wel een moeder gemist.” (Anouk, 27)
31:15

#8: “Als ik me groot hou, word ik niet vergeten.” (Iris, 25)
35:25

#7: “Dan kom je in een leeggeplukt huis dat niet meer als thuis voelt.” (Casper, 26)
34:21