Een rustige zomeravond in Meer. Een dorpje in de stille Kempen. Rond 8.30u ontdekt de boer aan de rand van zijn maïsveld een hoop plat getrapte maïs en omgewoelde aarde. Er lijkt wel iets begraven. Hij trekt zelf op onderzoek uit, neemt een spade en stuit al na enkele spadesteken op een arm. En even later ook op het hoofd van een dode man.
Hoe komt een man uit Suriname onder de grond terecht in een gehucht in de Kempen? Was hij levend begraven? En is hij eigenlijk wel vermoord in het maïsveld of ergens helemaal anders?

Proces X Uitspraak. De Moord op de Kleine Raoul: "Deze zaak zal aan mijn ribben blijven plakken."
17:32

39. De Kruisboogmoord: "De pijl bleef steken, hij kon niet meer bewegen en stikte langzaam"
35:59

38. De OCMW-moord: "Hij liep nog urenlang gewapend rond in het centrum van Gent"
31:42