In een Belgisch kasteel, niet ver van Maastricht, hebben EU-leiders deze week gesproken over manieren om de Europese economie te versterken. Naast de fameuze rapporten van de Italianen Mario Draghi en Enrico Letta, stond een checklist van de Europese Centrale Bank aan de basis van de gesprekken. Volgens macro-econoom Edin Mujagic gaat ECB-baas Christine Lagarde hiermee ver buiten haar boekje. ‘Het klinkt als een slechte grap, maar dit is seizoen 20, aflevering 91 van de zoektocht naar een sterkere, innovatieve Europese economie.’
Wat is er mis met een goed gesprek over onze economie?
Deze editie begon met twee Italianen die Europa kwamen uitleggen hoe de economie beter moet. Italië, een land dat op de 40e plaats staat op de ranglijst van meest concurrerende economieën. En uitgerekend twee personen die daar jarenlang de dienst uitmaakten, komen ons vertellen hoe het beter moet. Het moet niet gekker worden.
De EU-leiders komen daar bij elkaar en ze hebben bij zich: een notitie met als afzender de Europese Centrale Bank. De lijst bevat in totaal vijf speerpunten: versterking van de kapitaalmarktunie, de digitale euro, de versterking van de interne markt, het stimuleren van innovatie en strategische autonomie en versimpeling en versterking van het institutioneel raamwerk van de EU. En daar zitten de eurobonds, de gezamenlijke leningen, ook tussen.
Daar hebben we het vaker over gehad. Wat is nu het probleem?
Het punt is niet of we eurobonds moeten invoeren of niet. Het gaat mij erom dat zulke voorstellen van de Centrale Bank zelf komen – dat gaat mijns inziens te ver. Dit was precies mijn zorg toen Christine Lagarde president van de ECB werd. Zij is een raspolitica, en politici horen niet aan het stuur van een centrale bank te zitten. Want dan krijg je dit soort situaties. Helaas is dit niet de eerste keer. Al geruime tijd houdt ze zich bezig met zaken die eigenlijk weinig te maken hebben met het echte werk van de Centrale Bank.
De ECB-statuten schrijven voor dat de centrale bank het algemene economische beleid in de Europese Unie moet ondersteunen. Dat betekent echter niet dat ze de rol van politici overneemt en bepaalt wat er precies moet gebeuren. Een voorstel zoals het gezamenlijk lenen van geld gaat veel verder: dat zijn politieke keuzes die gemaakt moeten worden door de democratisch gekozen politiek. Als de landen besluiten om iets te doen, dan moet de ECB gaan onderzoeken welke gevolgen dat heeft.
Maar uiteindelijk heeft de politiek, de Tweede Kamer in ons geval, toch het laatste woord? Als zij het niet willen, dan gaat het niet door.
Maar het doen van zo’n voorstel gaat op zichzelf al te ver. Daar gaat de Centrale Bank immers niet over. Dat de ECB met een lijstje zou komen, ging bovendien gepaard met veel dedain, omdat er niet werd gezegd wat er precies op die lijst stond. Het FD wist dat wel te melden. Zo’n gebrek aan transparantie is problematisch, terwijl de bank er juist voor ons is. Doe je een voorstel over gezamenlijk lenen dat ons allemaal raakt, dan hoor je dat ook aan ons allemaal te communiceren.
Dit is een bijzonder ernstige zaak, ongeacht of je voor of tegen de euro bent. Op de langere termijn is dit destabiliserend voor zowel de Europese Unie als de euro. Dit vormt geen solide basis voor de levensvatbaarheid van de munt op termijn.

‘Vanaf dag één grote kans op ruzie tussen Trump en nieuwe Fed-voorzitter’
08:39

‘ICE‑deportaties bedreigen de groei van de Amerikaanse economie’
07:10

‘Eurobonds is verzameling rotzooi, basis voor vele toekomstige problemen’
06:49