Het zijn onstuimige tijden op het wereldtoneel en ook de economie draait niet bepaald geweldig, maar toch blijven de aandelenkoersen fier overeind. ‘De wereld staat in vuur en vlam, en ondertussen maken we elke week een nieuw hoogtepunt mee op de beurs’, zegt macro-econoom Edin Mujagic.
Is dat echt zo vreemd?
Als je naar de geschiedenis kijkt, deden de beurzen het in tijden van oorlog vrijwel altijd beter dan daarvoor. De reden is dat de toename van de geldhoeveelheid de brandstof is van zowel de economie als de financiële markten. Een toename van 5 procent of meer van de geldhoeveelheid is de afgelopen jaren geen uitzondering. Geld is net als water; het vloeit altijd ergens naartoe. Dat kan naar wat wij de reële economie noemen, maar als dat in grote mate zou gebeuren, zouden we veel spectaculairdere groeicijfers moeten zien. Het geld kan ook worden gespaard, maar de spaarsaldi zijn niet gigantisch gestegen. Dan blijft er nog een derde kanaal over: de financiële markten. Een groot deel van het extra geld dat in oorlgstijd in omloop komt, vloeit dus naar de financiële markten. Dat betekent simpelweg dat de vraag naar aandelen stijgt, terwijl het aanbod achterblijft.

‘Stijging arbeidsproductiviteit waarschijnlijk eenmalig: onder de motorkap gaat het niet goed’
06:28

‘Lage huren klinken rechtvaardig, maar vergroten het woningtekort’
07:52

‘Vrees voor verlies van Fed-onafhankelijkheid door nieuwe voorzitter is overdreven’
06:56