Macro met Boot en MujagićMacro met Boot en Mujagić

‘Behoud ETS-systeem is mooi, maar glas is halfvol’

View descriptionShare

Terwijl nationale en Europese parlementen door de oorlog in het Midden-Oosten worden gedwongen na te denken over de gevolgen van de stijgende energieprijzen, is in Brussel gisteren besloten het emissiehandelssysteem voorlopig intact te houden. Daarmee was het glas ‘halfvol’, denkt macro-econoom Arnoud Boot.

Nog even: emissiehandelssysteem?

Dat systeem (ETS) zet bedrijven die CO2 uitstoten onder druk om schoner te produceren. Wie wil vervuilen, moet vervuilingscertificaten kopen, die steeds schaarser worden. Dit zorgt voor een prijsprikkel: bedrijven worden gestimuleerd te investeren in groenere energie en minder vervuilende productiemethoden. Omdat het aantal beschikbare certificaten over de tijd afneemt, zijn bedrijven verplicht hun productie aan te passen, waardoor de totale CO2-uitstoot geleidelijk daalt.

Het ETS wordt terecht gezien als een succes van de Europese Unie. Maar dit vereist continu overheidsbeleid, want om de CO2-uitstoot tegen te gaan moet je investeren in groenere energie en productie. Daarom was het glas in Brussel toch wel halfvol.

Want er is veel discussie over voortzetting van het ETS? 

Sommige landen wilden het ETS tijdelijk stopzetten om de industrie te ontzien. Polen, Italië en Oostenrijk noemen het voortzetten van het systeem een existential threat voor de industrie. Gelukkig blijft het ETS overeind, al worden er enkele kleine aanpassingen doorgevoerd. Deze geven bedrijven iets meer speelruimte, waardoor het systeem iets minder strak wordt, maar de kern blijft intact.

Dat is goed nieuws, maar er speelt meer in de energiediscussie, namelijk de verzwaring van de energienetten. 

Een belangrijk onderdeel van de energiediscussie is de toegang van bedrijven tot het elektriciteitsnetwerk. Investeringen in het netwerk zijn achtergebleven, waardoor veel bedrijven geen aansluiting hebben. Dit vormt een fundamentele beperking voor het groeivermogen van de economie.

Europa stelt nu dat niet alleen de energiekosten, maar ook de netwerkkosten gesubsidieerd mogen worden om energie goedkoper te maken. Dat klinkt gunstig voor consumenten, maar kan er ook toe leiden dat er minder geld binnenkort voor investeringen in de netwerken. Op de lange termijn betekent dit dat de capaciteit van het netwerk beperkt blijft, waardoor bedrijven en consumenten uiteindelijk weer te maken krijgen met tekorten. Daarmee spannen we het paard achter de wagen.

Die investeringen zijn dus belangrijk. Waarom zijn die zo achtergebleven destijds?

Energienetwerken kunnen in private handen zijn, maar in feite zijn ze een publiek goed. Ze zijn de ruggengraat van een land en zijn van nationaal en internationaal belang. Op de vraag waarom de investeringen in deze netwerken zijn achtergebleven, waardoor we te maken hebben met capaciteitsproblemen, is nog geen eenvoudig antwoord op te geven.

Een deel van de verklaring is dat netwerkkosten doorberekend worden aan consumenten en bedrijven die er gebruik van maken. Die tarieven worden gereguleerd door de Nederlandse mededingingsautoriteit (ACM), om te voorkomen dat de kosten te hoog worden. Het streven om de tarieven zo laag mogelijk te houden is goed voor de consument, maar gaat wel ten koste van noodzakelijke investeringen. Maar die zijn juist cruciaal, want zonder investeringen hebben consumenten en bedrijven morgen geen toegang tot het netwerk.

 

  • Facebook
  • X (Twitter)
  • WhatsApp
  • Email
  • Download

In 1 playlist(s)

Macro met Boot en Mujagić

Elke dag een intrigerende gedachtewisseling over de stand van de macro-economie. Op maandag en vrijd 
Social links
Follow podcast
Recent clips
Browse 1,303 clip(s)