“Kun je in een raffinaderij aan de knop draaien, vandaag wat meer diesel, morgen wat meer kerosine?”
Die vraag kwam op na een debat in de Tweede Kamer, waar werd gesproken over het sturen van het raffinage proces in het geval van eventuele brandstof tekorten in de toekomst. In de praktijk ligt dat genuanceerd en vooral chemisch begrensd.
Ruwe olie is scheikundig gezien een complex mengsel van vele verschillende koolwaterstoffen. Benzine, diesel en kerosine worden daaruit gescheiden op basis van hun kookpunten en molecuulgrootte. Diesel en kerosine komen allebei uit dezelfde zogeheten middenfractie, een gebied waar de samenstelling deels overlapt.
Raffinaderijen kunnen binnen die middenfractie wel schuiven. Door het zogeheten “cut point” iets te verleggen, kun je een deel van de output verschuiven van diesel naar kerosine of andersom. Ook de keuze van de ruwe olie speelt een rol: sommige olietypen leveren van nature meer van het ene product dan het andere. Maar die speelruimte is beperkt en gebonden aan specificaties voor brandstoffen.
Technisch gezien kan je bijsturen, en dat kan relatief snel, van enkele uren tot een paar dagen, maar het blijft marginaal. Het gaat om kleine procentuele verschuivingen, niet om het volledig omzetten van productie. Een raffinaderij kan niet “even” alleen diesel of alleen kerosine maken, omdat alle producten tegelijk uit dezelfde grondstof ontstaan; de verhoudingen liggen grotendeels vast in de chemie van ruwe olie.
Met dank aan BP raffinaderij Rotterdam

Mag een vliegticket achteraf duurder worden door hogere brandstofkosten?
05:29

Frankrijk en Australië (bijna) zonder brandstof?
05:48

Slechts 3% van het gas in Europa komt via de straat van Hormuz
04:24