Datacenters, chips, elektriciteit ... Van alles is er te weinig om alle nieuwe AI-toepassingen te doen draaien. Stijn Decock legt uit welke prijs sommige bedrijven daar nu al voor betalen.
Wie voor de fun Chat GPT gebruikt, denkt misschien dat AI antwoorden kan blijven geven. Maar dat is niet zo. AI draait op datacenters en chips, en daarvan zijn er veel te weinig. AI is ook niet gratis. Op de rekenkracht van AI staat een prijs. En met die prijs is het zoals met de prijs van gas en olie: als het aanbod de vraag niet kan volgen, dan staat die hoog.
Dat besef dringt vooral door bij bedrijven die AI gebruiken om te programmeren, vertelt onze collega Stijn Decock, want zij moeten voor die rekenkracht een kost per token betalen. En die factuur loopt soms al danig op. “Tot voor kort dachten bedrijven: we doen alles met AI en doen het met minder IT’ers. Maar daar komen ze nu van terug.”
Botst AI nu al op zijn limieten? Wat zullen wij daar straks van voelen? En zijn we in een nieuw economisch tijdperk beland, dat van de “token-economie”?
Credits
Journalist Stijn Decock | Presentatie en redactie Yves Delepeleire| Eindredactie Fien Dillen, Tara Van Eycken | Audioproductie Joris Van Damme | Muziek Brecht Plasschaert

Bits & atomen | Een slimme bril op je neus, wat doet dat met een mens?
35:01

Steeds meer jongeren gokken online: “WK voetbal is een brandversneller”
26:09

Abortus splijt Arizona: wordt bij Verlinden écht op de vrouw gespeeld?
25:00