Noduwez, 1903. Een vredig dorpje op de taalgrens wordt opgeschrikt door de brutale roofmoord op winkelierster Désirée Hamels. De lokale burgemeester wijst al snel naar het "kermisvolk" dat in het dorp gepasseerd is. Er wordt een onguur sujet "met een echt bandietengezicht" opgepakt. Maar als het proces start, zijn er weinig harde bewijzen...

192. Het lichaam in de reiskoffer: "Net op de dag dat hij naar de cel moest, verdween hij"
35:10

191. De dodelijke brand in Puurs: "Na een maand coma wist Stefanie niet dat haar kinderen dood waren"
39:17

190. Dit waren dé zaken van 2025: "Je voelde veel mededogen voor die dader"
43:27