Lucien zegt de kermis en het geld van de piste vaarwel en gaat vol voor glorie in de Tour. Hij gaat rijden voor de aartsvijand van zijn broer: Henri Pélissier, een arrogante Fransman die niemand iets gunt. Lucien rijdt in de Tour van 1923 met de besten mee, maar dan gebeurt iets waardoor hij huilend aan de kant van de weg staat: “Dit kan toch niet! Ze rijden hem gewoon in de kant!”

Na de val van Pogacar: "Remco Evenepoel krijgt plots enkele gouden kansen"
34:00

Apocalyps in de Vuelta: "Het was als paintballen in je onderbroek"
40:01

Vuelta voorbeschouwing: "Wout van Aert krijgt meteen de kans om weer rood te pakken"
45:28