Lucien zegt de kermis en het geld van de piste vaarwel en gaat vol voor glorie in de Tour. Hij gaat rijden voor de aartsvijand van zijn broer: Henri Pélissier, een arrogante Fransman die niemand iets gunt. Lucien rijdt in de Tour van 1923 met de besten mee, maar dan gebeurt iets waardoor hij huilend aan de kant van de weg staat: “Dit kan toch niet! Ze rijden hem gewoon in de kant!”

De Kleenen en de Grooten 3. Flandriens in New York: “Ze zaten aan tafel met Charlie Chaplin”
29:07

De Kleenen en de Grooten 2. De geheime deal in de Ronde: “Hij grijpt Den Doodrijder bij zijn nekvel!”
24:41

De Kleenen en de Grooten 1. De duif van de pastoor: “Marcel, gij moet coureur worden”
25:33