‘Op de Poggio dacht ik eerst nog compleet kansloos te zijn tegen Pogacar. Die had het kind kunnen zijn van Eddy Merckx en Maradona, zo goed zijn z’n benen. Maar op het einde van de col gebeurde het mirakel en vond ik mijn superkracht. Toen was het vooral doorrijden alsof ik achtervolgd werd door een horde zombies op Harley Davidsons.’
Dat had Mathieu van der Poel moeten zeggen na zijn overwinning in Milaan-San Remo. En was Wouter Deprez zijn tekstschrijver dan had ie het ook gezegd. Luister maar.

Liefde is een werkwoord maar ook als de liefde stopt, moet er worden gewerkt
03:24

Politicologen hebben toch maar een overbodig beroep
05:16

Vader zijn? Da's veel te veel werk
09:19