Ooit sloten we verdragen. Of we bereikten een akkoord na nachtenlang polderen of jaren onderhandelen over komma’s en clausules. We tekenden een overeenkomst, een pact of een convenant. Maar sinds Donald Trump de wereldpolitiek betrad met zijn bijbel The Art of the Deal, lijkt ons vocabulaire te zijn gekrompen tot één enkel, plat woord: de ‘deal’.
Het is een linguïstische infectie die via het Witte Huis ook het Binnenhof heeft bereikt. Waar Trump elk internationaal partnerschap degradeerde tot een ordinaire transactie tussen twee handelaren, doen onze eigen politici nu vrolijk mee. Of het nu gaat om een migratiedeal met Tunesië of de Green Deal Duurzame Zorg; het is tegenwoordig een ‘goede deal’ of een ‘slechte deal’. De overheid presenteert zich niet langer als hoeder van het algemeen belang, maar als een behendige koopman.
Het meest treffende voorbeeld is de nucleaire overeenkomst met Iran in 2015. Trump noemde dit steevast de ‘slechtste deal ooit’ en stapte er ook uit. Het was een technisch en diplomatiek huzarenstukje waaraan bijna twee jaar lang intensief was gewerkt door honderden specialisten uit de VS, Rusland, China, Frankrijk, het VK, Duitsland en Iran, om een nucleaire wapenwedloop te voorkomen. Maar voor Trump was het geen historisch akkoord, het was een ‘waardeloze transactie’ waarbij hij vond dat Amerika te veel met cash smeet. Inmiddels gaat hij al lange tijd te werk door ervaren diplomaten te passeren en vastgoed-dealmakers uit zijn eigen vriendenkring in te zetten voor het bereiken van vrede. Voor hem is diplomatie geen vak van staten en wetten, maar een spel als CEO.
Het probleem is dat een 'deal' juridisch gezien een schimmig begrip is. Een verdrag is een op schrift gestelde overeenkomst die volgens volkenrechtelijke criteria is opgesteld. In Nederland vereist dit vaak parlementaire goedkeuring en een beoordeling door de Raad van State. Een 'deal' daarentegen is vaak niet meer dan een besluit zonder harde juridische verankering. Waar een traktaat systemen bouwt voor de lange termijn, is een deal een min of meer vrijblijvende afspraak die na de volgende verkiezingen weer van tafel kan.
In de serieuze politiek is geen plaats voor het vocabulaire van een markthal. Een verdrag heeft autoriteit, een akkoord heeft draagvlak, maar een deal heeft alleen een prijs. Het geeft geen pas om de taal te verkwanselen aan de retoriek van de projectontwikkelaar. Politiek is geen transactie, maar een publieke zaak. Want zodra de staat een marktkraam wordt, is de burger de verliezende partij. En dat is een verdomd slechte deal.

‘Wij moeten onderdeel zijn van de oplossing in de oorlog in het Midden-Oosten'
43:07

Tijd voor een guerilla-diplomaat bij de VN
03:26

'VS en Iran hebben meer te verliezen dan te winnen bij een hervatting van de oorlog'
42:12