‘Hulp is onderweg’, verzekerde Donald Trump het Iraanse volk, toen de moordpartij onder demonstranten tegen de machthebbers begon. Hoewel hij, in zijn eigen woorden, ‘een armada’ naar de wateren in het Midden-Oosten heeft gestuurd, is nog steeds niet duidelijk wat hij van plan is en wat ‘hulp’ precies betekent.
Dat er actie tegen Iran komt is welhaast onontkoombaar. Iran Human Rights, een actiegroep in Noorwegen, schat het verwachte aantal dodelijke slachtoffers op 22.000, een artsencollectief spreekt over 33.000 doden , op beestachtige wijze vermoord, met vuurwapen of mes in ogen, borst en geslachtsdelen. Die hulp die onderweg is, kunnen ze dus goed gebruiken.
Met het oproepen van de bevolking om de opstand vol te houden moet je enorm uitkijken. In 1956 deed president Eisenhower dat niet, toe hij de opstand van het Hongaarse volk tegen het communistische regime aanmoedigde. Het leidde op 4 november tot een invasie van het Sovjetleger en de executie van ritsen burgers en premier Nagy, die maar een paar dagen aan het bewind was. Eisenhower deed niets.
President Bush sr maakte eenzelfde fout, toen hij in 1991, na de Eerste Golfoorlog, de Koerden in Noord-Irak opriep tot een opstand tegen Saddam Hoessein, die de opstandelingen vervolgens massaal de bergen op joeg en erop los moordde. Bush deed niets. In 2012 dreigde Obama dat het gebruik door Syrië van chemische wapen een ‘rode lijn’ zou zijn, maar toen dat in 2013 gebeurde, bleef het verwachte bombardement uit.
‘Hulp is onderweg’ klinkt als synoniem van een ‘rode lijn’, maar wat is dan werkelijk effectief? Een bombardement op militaire doelen helpt de oppositie niet. Het platgooien van olie-installaties lost voor de opstandelingen al evenmin iets op, en hetzelfde geldt voor nóg meer sancties. Liquidatie van leider Khamenei zou misschien een doorbraak zijn, maar die zit inmiddels in een onderaards gewelf. Het enige zinvolle doel is het eliteleger, de Revolutionaire Garde, een miljoen man sterk. En de paramilitaire Basji-militie, bijgenaamd ‘de bruinhemden van Iran’. Nu hoeft niet elke Gardist te worden gepakt, maar de totale top moet worden uitgeschakeld, en op de bank waar ze hun miljarden hebben gestald mag ook wel zo’n Amerikaans precisiebommetje vallen.
Wat de Amerikanen tot nog toe weerhoudt is niet het internationale recht, want dat komt in hun vocabulaire niet voor. Maar wel de terechte vrees van de Emiraten, Saoedi-Arabië, Israël en Qatar dat die het doelwit worden van Iraanse tegenaanvallen. Vooral Qatar ligt gevoelig, want daar is de grootste Amerikaanse militaire basis in de regio. Sterker nog: vanuit die basis zou een aanval op Iran worden aangestuurd. Durft Trump het aan? Of wordt het weer zo’n zelfde rode lijn als van Eisenhower, Bush en Obama. Het worden spannende dagen.

Van Weel: 'De wereld van machtspolitiek is terug'
45:29

Na de NAVO ook aanval op de VN
03:18

De Alliantie: 1 jaar Trump (deel 2)
25:59